Ben jij een doorzetter?

Alle jongeren zijn lui en doen niets anders dan gamen en chillen. Waar of niet waar? Natuurlijk niet! Tuurlijk is het lekker om een beetje te lummelen maar dat wil niet zeggen dat jongeren niet actief zijn.

Een generatie van angstige volwassenen

Toch is er wel een verschil tussen actief zijn en een doorzetter zijn.
Veel gedragswetenschappers maken zich zorgen dat ouders van nu teveel de problemen van kinderen oplossen, zonder een kind de kan te geven zelf een oplossing te vinden. Hierdoor zouden diezelfde kinderen op latere leeftijd niet meer zelf in staat zijn om voor zichzelf te zorgen als het lastig wordt. Hierdoor zou een hele generatie van angstige volwassenen ontstaan die opgeven wanneer het lastig wordt.

Wat denken jongeren hier eigenlijk zelf van? Heb jij het gevoel dat je maar hoeft te piepen en je ouders alles voor je regelen? Om dat te testen kun je de volgende vragen beantwoorden.

Doe de test!

  1. Als het regent, brengen je ouders je dan met de auto naar school of sportclub?
    Ja = 2 punten / nee = 1 punt
  2. Als je moe bent, mag je dan van je ouders een dagje thuis blijven?
    Ja = 2 punten / nee = 1 punt
  3. Als je op school ontdekt dat je een boek vergeten bent, komt een van je ouders het dan brengen?
    Ja = 2 punten / nee = 1 punt
  4. Heeft een van je ouders wel eens ruzie gemaakt met een docent omdat jij straf had gekregen of moest nablijven?
    Ja = 2 punten / nee = 1 punt
  5. Heb je thuis vaste klusjes die je moet doen?
    Nee = 2 punten / ja = 1 punt
  6. Krijg je al je kleding van je ouders of betaal je een deel zelf?
    alles van je ouders = 2 punten / deel zelf betalen = 1 punt

Heb je 9 punten of meer, dan bestaat de kans dat jij hard op weg bent om een onzelfstandige volwassenen te worden.

Lekker makkelijk of toch niet handig?

Het is fijn wanneer dingen voor je gedaan worden. Het scheelt tijd en moeite, dus waarom zou je er niet gewoon van genieten?
Omdat jouw hersenen leren door ervaring. Een makkelijk voorbeeld: als je leert fietsen, val je de eerste paar keer om. Na meerdere keren vallen, snapt je hoofd wat het moet doen om niet meer te vallen en voilá, je kunt fietsen. Als je ouders continu naast je blijven rennen en je fiets vasthouden zodat je niet zult vallen, leer je nooit hoe het voelt om te vallen, maar ook niet hoe je moet fietsen. Zonder je ouders zal je dan dus nooit even snel op de fiets naar de supermarkt kunnen.

Op je bek gaan.

Je moet dus dingen ervaren om ze te kunnen opslaan in je geheugen. Pas daarna ben je de volgende keer in dezelfde situatie in staat om de juiste beslissing te nemen. Die ervaring kan soms de eerste keren behoorlijk pijnlijk of vervelend zijn. Je moet soms letterlijk of figuurlijk op je bek gaan. Het kost doorzettingsvermogen om toch steeds weer op te staan en het nogmaal te proberen. Maar je weet nu dat doorzetten je gaat helpen het later zelf te kunnen, Want laten we eerlijk zijn, je wilt toch niet steeds je ouders overal bij nodig te hebben?


Meer weten



Ook interessant


Geen antwoord kunnen vinden?

Neem via een ander kanaal contact met ons op: